Terug naar hoofdinhoud
Project

Balans tussen regels en lokale behoeften in gebiedsontwikkeling Rotterdam

Rotterdam wil voor 2030 zo’n 55.000 nieuwe woningen bouwen. De gebiedsontwikkeling vraagt om maatwerk want dat moet gebeuren binnen de bestaande stad. Maar hoe breng je die lokale Rotterdamse behoeften in lijn met regels vanuit het Rijk? Kennisbijeenkomsten, werkplaatsen en de Samenwerkingsagenda TBGO vormen daarvoor goede platforms, zien Mattijs van Ruijven (Hoofd Stedenbouw) en Liese Vonk (Afdelingshoofd Ruimte, Wonen & Milieu).

Waarom gebiedsontwikkeling in Rotterdam maatwerk vraagt

Ruimtelijke kwaliteit. Dat staat voor Mattijs voorop. “Als die binnen een gebiedsontwikkeling niet op orde is, zakt een wijk vroeg of laat door zijn hoeven. Dat hebben we in het verleden al vaak genoeg gezien. Daarom moet je, zeker wanneer je bouwt in een bestaande stad, kijken naar wat daar nodig is om die kwaliteit te borgen.” Daarom legt Rotterdam specifieke eisen neer bij ontwikkelende partijen. Bijvoorbeeld op het gebied van toegankelijkheid, in wijken waar relatief veel senioren wonen. Of als het gaat om ruimte voor ontmoeting op plekken waar uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid een probleem vormt.

Mattijs: “Is dat regelzucht vanuit ons als gemeente? Wat mij betreft niet. Het is vooral onze ambitie om een stad te maken waar we met elkaar over twintig jaar nog steeds blij mee zijn. Dat wil zeggen: waarbij we het totaal van de stad voor ogen hebben en opgaven aan elkaar koppelen. Als je binnen een ontwikkeling bijvoorbeeld maximaal inzet op het terugdringen van eenzaamheid, heeft dat ook een gunstig effect op de zorgkosten. Dat is geen specifiek Rotterdamse doelstelling, maar wel iets dat we landelijk willen bereiken.”

Rotterdam gebiedsontwikkeling Mattijs van Ruijven

Waar landelijke regels en lokale behoeften botsen

Om het benodigde maatwerk te kunnen leveren, heb je als lokale overheid voor gebiedsontwikkeling ruimte nodig binnen de overkoepelende regelgeving. En daar wil het nog weleens schuren. Zo komt het voor dat ontwikkelaars en bouwers een bepaalde omgeving willen voorzien van drempels tegen hoogwaterstand. Dat is dan gebaseerd op de prestatie-eisen uit de ‘Landelijke Maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’. Maar die drempels stroken niet met de doelstelling van de gemeente om gebieden maximaal toegankelijk te maken voor bewoners die beperkt mobiel zijn. Inclusiviteit weegt dan zwaar. Over dergelijke conflicterende issues gaat Rotterdam in gesprek, via meerdere sporen.

In gesprek over regels en maatwerk in Rotterdam

Bijvoorbeeld via de Werkplaats Ruimtelijke Kwaliteit, die op 19 maart plaatsvond in Rotterdam. De bijeenkomst werd mede georganiseerd door de partijen achter de Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling. Het thema was industrieel bouwen, één van de instrumenten waarop het Rijk nadrukkelijk inzet bij het oplossen van de woningnood. Mattijs: “Interessant onderwerp natuurlijk, want daarmee kun je het proces van grootschalige woningbouw versnellen. Maar industrieel bouwen gaat vaak uit van een standaard bouwsysteem. En als dat alles dicteert, krijg je niet die ruimtelijke kwaliteit die wij voor Rotterdam voor ogen hebben. Bouwmethoden moeten flexibel genoeg zijn om in die lokale behoeften te voorzien. Tijdens de werkplaats hebben we daarover gesproken met alle betrokkenen, van bouwers en architecten tot ontwikkelaars en het Rijk. Dat werkt heel goed. Je informeert en leert van elkaar, je prikkelt elkaar, je proeft de bereidheid om naar oplossingen te zoeken.”

Rotterdam gebiedsonwikkeling

Samenwerkingsagenda helpt knelpunten inzichtelijk maken

Wat verwacht een gemeente als Rotterdam van de Samenwerkingsagenda? Liese Vonk is daar duidelijk over. “Ik verwacht te leren hoe andere steden binnen hun gebiedsontwikkelingen tot oplossingen komen. Bij voorkeur in een ontwerpende setting. Op die manier gaan we met elkaar, vanuit het systeem, de vraagstukken zien en kunnen we van daaruit tot oplossingen komen. Dan pak je samen de echte pijnpunten beet, in plaats van alleen maar de symptomen.” Andere mogelijke winstpunten zijn het leren werken vanuit integraliteit (welke aspecten vragen bij uitstek om gezamenlijk programmeren met de centrale overheid) en vooruitgang op het gebied van digitalisering. “Daarmee kan het Rijk ons echt helpen.”

Samen zoeken naar doorbraken in gebiedsontwikkeling

De Samenwerkingsagenda bestaat bijna een jaar. Mattijs van Ruijven constateert dat het nog een zoektocht is om tot concrete oplossingen te komen. “Maar het is goed dat we die agenda met elkaar hebben. Het geeft ons als gemeente een extra mogelijkheid om tegen het Rijk te zeggen: wij lopen tegen deze barrière aan, kunnen jullie helpen om daar doorheen te breken? Andersom helpt dat het Rijk ook. Want uiteindelijk willen we met elkaar die versnelling realiseren. Maar wel op de juiste manier, met de juiste kwaliteit. Waar het dan om gaat, is dat voor de gebiedsontwikkeling in Rotterdam regels van bovenaf en de lokale behoefte van onderop bij elkaar komen.

Op deze website staan ook artikelen over ontwikkelingen en projecten in andere steden. Die vind je hier.