Terug naar hoofdinhoud

Condities voor deelname aan de Samenwerkingsagenda

De Samenwerkingsagenda richt zich op concrete gebiedsontwikkelingen waarin innovaties daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast, gemonitord en opgeschaald. Om impact, leervermogen en opschaalbaarheid te borgen, gelden de volgende condities:

1. Schaal en impact van het gebied

  • De gebiedsontwikkeling omvat minimaal 500 nieuwbouwwoningen (totaal over de looptijd).
  • Het gebied fungeert als praktijkomgeving waarin innovaties aantoonbaar effect hebben op snelheid, betaalbaarheid en toekomstbestendigheid.
  • Monitoring van effecten, zoals doorlooptijd, kosten, milieu-impact, maakt onderdeel uit van het actieplan.

2. Inhoudelijke focus: bijdragen aan landelijke doelstellingen

Gemeenten en betrokken partners committeren zich aan ten minste één van de volgende doelstellingen:

  • Digitaal en datagedreven werken, in lijn met de ambitie om uiterlijk 2030 ten minste 50% van de gebiedsontwikkeling via datagedreven werken te versnellen.
  • Industrieel bouwen, conform de ambitie om 50% van de woningbouw industrieel te realiseren.

Innovaties op het gebied van digitalisering moeten aansluiten bij bestaande landelijke data-ecosystemen, zoals DMI, DSGO en DSO, zodat oplossingen opschaalbaar en herbruikbaar zijn.

3. Bestuurlijk en organisatorisch commitment

  • Er is bestuurlijke én ambtelijke commitment vanuit de gemeente.
  • Ontwikkelaars en/of corporaties zijn actief betrokken en committeren zich aan de gekozen innovaties.
  • Continuïteit van inzet is geborgd via voldoende capaciteit, deskundigheid en financiële middelen.
  • Partijen zijn bereid actief kennis te delen en bij te dragen aan landelijke leerprocessen.

4. Juridische randvoorwaarden

  • Binnen de Samenwerkingsagenda wordt niet afgeweken van geldende wet- en regelgeving, waaronder de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving.
  • Er wordt geen steun verleend aan lokale aanvullende eisen die in strijd zijn met artikel 23.7 van de Omgevingswet.
  • Voor kleinschalige experimenten (minder dan 100 woningen) kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de experimenteerbepaling (artikel 23.3 Omgevingswet), indien dit noodzakelijk is om een innovatie te toetsen en er geen passend alternatief beschikbaar is.

5. Leren en opschalen als expliciete doelstelling

  • In het gebiedsgerichte actieplan wordt beschreven:
    • Hoe innovaties worden toegepast
    • Hoe monitoring plaatsvindt
    • Hoe geleerde lessen worden gedeeld
    • Hoe opschaling mogelijk wordt gemaakt
  • De gebiedsontwikkeling draagt actief bij aan het ontwikkelen van landelijke kaders en werkwijzen.

Samengevat

Deelname aan de Samenwerkingsagenda betekent: een substantiële gebiedsontwikkeling inzetten als leer- en versnellingsomgeving, bestuurlijk commitment tonen, innovaties toepassen binnen wettelijke kaders en actief bijdragen aan landelijke opschaling.

Zo ontstaat lokaal resultaat én structurele versnelling op nationale schaal.